woensdag 14 december 2011

Serge en het gevecht met de zeeleeuwen

Dat Serge Moesman wel wat gewend is als oud-marinier weten we. En dat hij goed om kan gaan met onverwachte situaties, weten we ook. Maar zelfs Serge stond wel even te kijken toen hij in gevecht moest met zeeleeuwen. Lees hier zijn verhaal.

Het is 3 uur ’s-nachts als ik de stem van Walter hoor, die met zijn oostenrijkse accent (wat verdacht veel op duits lijkt overigens ☺) zegt: “I need strong men to fight the seals of our gear !!” Ik realiseer me ineens weer waar ik ben, op het rotsstrand van Fortuna Bay, daar waar we als het goed is binnen nu en een aantal uren zullen worden opgepikt door de Zodiacs om terug te kunnen keren naar de Plancius. Snel rits ik mijn slaapzak open, aahh iedere keer weer koud, richt me op en begin me verder aan te kleden.


We hebben een aantal uur geleden al onze uitrusting alvast aan de rand van de zee verzameld zodat het dadelijk gemakkelijk in de zodiacs geladen kan worden. Nu blijkt dat enkele uren later de vloed zijn intrede heeft gedaan en dat een aantal grote zeeleeuwen van uit de zee plaats heeft genomen tussen, op en net naast de uitrusting. Dat is een probleem, want ze zijn niet van plan om hun zojuist gewonnen spullen prijs te geven. Om je enig idee te geven hoe dat er uit ziet: Het is donker, het regent en het waait stevig, wij lopen met headlights op, dus je ziet links en rechts wat lichtstralen door de donkere lucht heen flitsen. Af en toe kruist zo’n lichtstraal iets wat nog het meest lijkt op een chagrijnige hoop blubber van een paar honderd kilo met in het midden een paar glimmende en priemende ogen. Dat chagrijnige, blijkt voornamelijk uit het feit dat je om de paar seconden een luide brul hoort die nog het meeste lijkt op de kruising van een grote hond en een koe die hard loeit. In combinatie daarmee stuift die hoop blubber af en toe ineens heel snel naar voren, met als doel je te rammen en vervolgens te bijten. Niet bepaald een fijne ervaring schijnt, de beet van zeeleeuw is iets waar je lichaam lang last van houdt door alle bijkomende infecties.

Bewapend met keien lopen we met een man of 4 richting onze uitrusting en proberen door luid te schreeuwen, onze armen in de lucht te gooien en als het echt niet anders kan door het gooien van een steen, onze uitrusting weer terug te veroveren. Na een paar minuten lijkt het te lukken, de meeste zijn of weer in zee gevlucht of hebben hun heil elders op het stukje rotsstrand gezocht. Grappig is dat je ongeveer kunt horen waar ze op dat moment zijn, omdat ze prompt weer slaande ruzie krijgen met de zeeleeuwen die daar al lagen…..Het zijn gewoon een stelletje ongelofelijk territoriale chagrijnigen!

Snel de spullen terug getrokken, er lagen al wat sleetjes in het water en we hadden deze actie geen minuut later moeten starten anders hadden we zeker spullen verloren aan de koude zuidelijke ijszee. Wat later heeft Walter contact met het schip en kijkt niet blij als hij weer terugkomt, ze hebben hun eerste zoekactie naar ons afgeblazen vanwege het slechte weer en de daardoor te ruige zee. We vragen ons hardop af of de zodiacs uberhaupt wel bij ons zullen kunnen komen en langzaam aan dringt het onprettige idee zich op dat we weer terug omhoog zullen moeten gaan, de gletsjer op waar we gisteren vanaf zijn gekomen om een plek te zoeken aan de kust waar de zodiacs wel zouden kunnen landen. Dit zou ons zeker een volle dag gaan kosten en daar zit natuurlijk niemand op te wachten. Er lijkt nog een alternatief te zijn, rechts van ons tentenkampje, langs de kust, strekt zich een smalle strook rotsen uit die na ongeveer een kilometer weer over lijkt te gaan in een ander stuk strand. Riskant om over heen te gaan, maar op het oog een beter alternatief dan terug om hoog.

We besluiten er een verkenning aan te wagen, Walter voor op, dan ik, Sven achter mij en dan Niels. Vier man, behoedzaam stappend door de schemering, over grote rotsblokken, een strook van een meter of vijf breed die schuin oploopt naar een steile bergwand die ontoegankelijk is. Waar we na een meter of tien achter komen is dat er ook hier ongeveer om op iedere 5 m2 een mannelijke zeeleeuw ligt die het idee heeft dat hij die 5 m2 tot op de laatste tand moet verdedigen. Als of het, het enige en laatste rotsblok op South Georgia is !!! Behoedzaam stappen we er tussendoor met per persoon in beide handen een steen voor het geval dat. Een meter of 30 lijkt het goed te gaan, los van wat schermutselingen links en rechts en wat stoere schreeuwen van zowel mens als dier. Dan zien we links onder ons een hele grote liggen, hij brult en snuift en richt zich op, alert kijkt hij naar ons, maar als ie al dingen is, dan is het zeker niet bang ☺. Ik kijk om me heen en zie dat we eigenlijk midden tussen de zeeleeuwen staan, een aantal daarvan nog kwaad omdat ze net door ons zijn verjaagd.

Ineens stuift die grote naar voren, recht op Walter en mij af, direct gooi ik mijn steen, maar ik mis… ”Fuck hoe krijg ik dat nou voor elkaar” denk ik, ik draai me om en probeer snel een paar stappen naar achter te maken. Daar zie ik Sven in een fractie van een seconde zijn arm opheffen en met volle kracht een steen gooien……met een nuance……. Hij raakt ook niet de zeeleeuw, maar gooit vol op mijn arm !! Ik voel niets, zit vol met adrenaline en draai me om, checken wat Walter doet. Walter loopt achteruit en struikelt half, de zeeleeuw stuift op hem af. Ik doe weer een stap voorwaarts om hem weg te trekken, maar dat is al niet meer nodig. Terwijl hij een kreet slaakt die vol agressie en toch ook wel wat angst zit, weet Walter nog een grote kei te pakken en gooit die van een meter afstand tegen de nek van de zeeleeuw, die schrikt en trekt zich gelukkig jankend en snuivend terug het water in.

Eind goed al goed zullen we maar denken. We kijken voor uit en zien dat we dit soort situaties waarschijnlijk nog wel 10 keer gaan krijgen voor we aan het eind van deze strook zijn aangekomen, geen goed idee dus. We lopen weer terug naar waar we vandaan komen en besluiten maar af te wachten op het volgende contact met het schip, misschien komen ze nog wel…..
Dan opeens voel ik een kloppende pijn aan mijn arm, hoe kan dat nou ?.....Dan zie ik Sven” Gaat het?” vraagt hij met een lach..” Ja, komt wel goed zeg ik”.

Greets Serge

PS Ik wil natuurlijk niet de indruk wekken dat we hier als hooligans al stenen gooiend over het eiland zijn getrokken. Maar in sommige situaties breekt nood wet zullen we maar zeggen !! Ik wil ook nog wel toevoegen dat ik me op een hoop dingen had voorbereid voor dat ik naar South Georgia kwam, maar had iemand me misschien kunnen vertellen dat zeeleeuwen een verschrikkelijk ochtend humeur hebben ?

8 opmerkingen:

  1. Vervelend he, een ochtendhumeur! Ik weet er alles van ;-p
    Leuk om van je te horen, lieverd. Geweldig verhaal!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat een spannend verhaal en mooi geschreven !! Schrijf een boek als je terug bent !

    BeantwoordenVerwijderen
  3. anoniem, mooi toch Serge weer eens wat anders. In je vorige baan waren meestal boze Balkan bewoners of de mensen in Irak die tegen je te keer gingen. Ik vind al jullie verhalen prachtig, maar kom nu maar naar huis,ik zie je maandag op schiphol. Pa

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Wat een story, gaaf man, zal zal wel ff wennen worden thuis. Hoewel het is hier ook koud en nat en er zijn hier ook genoeg zeiklullen met een verschrikkelijk ochtend humeur. Maar het kan hier gelukkig ook slecht zijn :), denk even aan je vrouw en kinderen die van je houden je vrienden die op je wachten. Wij hebben de keukentafel jij hebt de verhalen we gaan je snel weer zien. Grt Ron

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Haha geweldig stuk ! Enne oefening baart kunst wat betreft het stenengooien ;-). Ciao Patrick

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Wat een verhaal, straks allemaal in therapie omdat jullie getraumatiseerd zijn door zeeleeuwen! Moest er wel om lachen....alleen omdat ik weet dat jullie gelukkig veilig op de boot zitten. Het is goed dat we dit soort verhalen achteraf horen.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Hoe is het met je arm? Dikke kus van je vrouwtje.

    BeantwoordenVerwijderen