zaterdag 17 december 2011

Marc Kraijenhaide telt maar liefst twee complimenten van gids Walter

Eindelijk, de dag waar we ons maandenlang op voorbereid hebben… Vanmiddag gaan we het eiland South Georgia op. We varen langs het eiland en vervolgens maakt de boot een draai naar links, dat moet dus king Haakon bay zijn. De eerste ijsschots komt voorbij drijven en we zien de eerste zeehonden. Wow wat is dit gaaf zeg! Beneden in de baai is alles groen, ik zie de eerste hindernis al weer voor me. Hoe gaan we alles naar de sneeuw krijgen?

Het is vier uur, de zodiacs worden te water gelaten en wij pakken onze laatste dingen voor in de rugzak die inmiddels al bijna niet meer te tillen is. De eerste groep neemt plaats in de zodiac en al snel komt de tweede. De golven zijn niet heel hoog, maar genoeg om aardig wat water in de zodiac te krijgen. We bereiken de kust en zijn vol adrenaline, de tocht gaat beginnen! Iedereen heeft naar dit moment uitgekeken, de stemming is dan ook helemaal uitgelaten.

Dan begint de realiteit toe te slaan, de Zodiacs weg, de plancius draait zich om… we zijn alleen en op onszelf aangewezen! De gidsen geven aan dat we de slee op het strand laten staan en dat we als eerste de rugzakken naar boven brengen, daarna komen we terug voor de slee. We lopen over een onbewoond eiland, het lijkt bijna een maanlandschap vanwege alle rotsen. Als je naar boven kijkt zie je de besneeuwde bergtoppen, apart maar een adembenemende omgeving. Als we bij de eerste sneeuw aankomen zoeken we een plek voor het kamp uit. Twee tenten zijn er al meegenomen naar boven zodat een aantal personen alvast de tent kunnen opzetten. De rest gaat naar beneden om de slee’tjes op te halen. Terug bij het strand maken we uitgebreid foto’s van Pinguïns, zeehonden en zeeleeuwen, want je weet maar nooit of je dat nog een keer tegenkomt. Het is oppassen als we teruglopen dat we niet te dicht bij een zeeleeuw in de buurt komen omdat ze dan nogal agressief kunnen reageren.

Eenmaal boven aangekomen zetten we de overige tenten op en gaan we ons opmaken voor de nacht. Toch nog even een laatste blik in het donker naar buiten, even bewust worden van de positie, een eiland, in antarctisch gebied en afgezien van een paar avonturiers verlaten.

De volgende ochtend 5 uur, na heerlijk te hebben geslapen, Jeroen te hebben gefeliciteerd, de tent uitgestapt en weer genieten van het uitzicht. Dan snel beginnen met het kokkerellen. Eigenlijk niets anders dan sneeuw opwarmen in een pannetje en dat bij je zakje eten gooien, even wachten en klaar. Eigenlijk valt de smaak niet eens tegen, ook al smaakt alles wat je op dat moment kan eten heerlijk. Vervolgens kamp opruimen en ons klaarmaken voor de eerste echte trip in de sneeuw. Staan we aan het begin van de gletsjer klaar om te vertrekken, krijgen we de eerste opmerking van Walter. Walter vraagt de aandacht van de groep, ‘wat is er nu weer?’ is mijn eerste gedachte. Maar Walter geeft juist aan dat hij positief verbaasd is over de ochtend, hij had niet verwacht dat we allemaal binnen 2 uur na het opstaan klaar zouden staan. Peter maakt daarop de opmerking ‘Laten we hopen dat dit niet het laatste compliment van je is, Walter’ (Walter geeft namelijk niet vaak een compliment weg)

We plaatsen nog even de stijgijzers onder de schoenen en vertrekken naar boven, midden in de mist, geen idee waar we uitkomen en vertrouwen hebbend in de gidsen. Na een aantal uren lopen bereiken we de eerste echte sneeuw, we zien de eerste zonnestraaltjes, de mist begint op te lossen, binnen een kwartier is het helemaal helder en zien we de baai waar we zijn afgezet. We lopen nog een stuk verder en dan is er tijd voor de lunch. Na de lunch, het wegwerken van energie bar’s, gaan we op de ski’s verder, aangelijnd aan de gidsen. We steken een groot sneeuwveld over, kilometers lang. Aan het einde een paar bergen, de beruchte ‘trident’. Aan het einde van het sneeuwveld loopt het stijl omhoog. Iedereen is moe en wil even uitrusten, de gidsen niet, die willen dat we vandaag nog deze bergkam over zijn. Bovenop beginnen we al snel met de voorbereidingen van de afdaling, aan een touw, gezien de afstand en de lengte van het touw, met diverse tussenstops. Axel, Bernice en later ook Peter gaan naar beneden. Boven wordt het weer met de minuut slechter, vanuit beneden wordt er gemeld dat er veel gletsjerspleten zijn en dat het niet verantwoord is om iedereen over deze route te laten afdalen. Na enig overleg tussen de gidsen neemt Walter een beslissing ‘We gaan hier boven op de berg een kamp opbouwen en morgen gaan we verder. Geschrokken door deze heftige beslissing maken we ons toch op om de tenten neer te zetten en wat te eten. Beneden wordt hetzelfde gedaan, we zien de gele tentjes verderop in de diepte staan.

Jeroen heeft als traktatie Jaegermeister meegenomen, die we na het eten en voor het slapen achterover slaan. Midden in de nacht, rond 2 uur horen we de wind tegen de tent aan slaan, door de wind heen horen we Walter praten, iedereen tent uit. Het gekke is, dat het heel helder is vandaag, de zon schijnt volop, geen wolk aan de hemel, maar wel constant een storm. De tenten moeten dan ook strakker worden vastgezet, spullen gezekerd en het bouwen van een sneeuwdijk voor de tenten. Zo snel mogelijk gaan we aan de slag, vervolgens heeft Walter het idee om een snowcave te graven. Dit om ons en de spullen te beschermen tegen het als maar slechter wordende weer. Iedereen helpt mee met zijn eigen inbreng, de een helpt mee met graven, de ander zorgt voor de tent, en weer een ander voor heet water om de gravers te voorzien van warme dranken. De gravers worden afgewisseld, zo blijft iedereen op kracht en maken we grote slagen. Rond 6 uur is de snowcave klaar en kunnen we de eerste spullen uit de tenten halen en daarna de tenten af te breken, er zijn inmiddels al 3 tenten stukgewaaid door de wind. Als iedereen een beetje is bijgekomen, de spullen heeft gepakt, maken we ons op voor de volgende etappe.

Helaas is die niet richting de gele tentjes beneden aan de berg, Walter besluit in overleg met een gids van een 2e groep om terug te gaan en dan te eindigen in een andere baai. Het is te gevaarlijk om door te gaan, de sneeuw is te zacht, een aantal tenten zijn stuk, en door alle gletsjerspleten is het bijna onmogelijk om op tijd aan te komen met zo’n grote groep.

Iedereen baalt wel van deze beslissing, maar gezien de omstandigheden is dit de beste oplossing. We beginnen met de tocht over hetzelfde sneeuwveld naar beneden, terug naar de lunchplek van een dag eerder. Al snel betrekt het weer, we zien op de grote vlakte niet meer dan 15 meter om ons heen, we volgen ons spoor van de dag ervoor. Wat wel opvalt zijn de vele scheuren in de sneeuwlaag, die waren de dag ervoor er niet. Zo snel kan het hier dus allemaal veranderen. We komen aan bij de lunchplek van de dag ervoor, Walter vraagt hoe het ermee staat; Vermoeid, maar dat is iedereen. We stoppen 5 minuten en gaan dan weer door, dit keer onze route links laten liggen, op naar Possession bay. Gek genoeg wordt het weer beter als we afdalen, we zien de baai liggen en dat geeft weer energie. Nog maar een klein stukje naar beneden. Gelukkig kunnen we helemaal door skiën tot op het strand. Later blijkt dat Walter deze route vanaf een kaart uitgeprint vanuit Google maps heeft gepland. Niet slecht!

Enige minpunt is dat we terecht zijn gekomen op een strand met aardig wat zeeleeuwen, zeehonden en pinguïns. Gelukkig is een deel van het strand leeg, daar zetten we de tenten weer op, Walter belt met het schip en geeft door dat we vanavond nog worden opgepikt. We eten wat, zorgen dat de slee’tjes mee kunnen op de Zodiacs en proberen wat te rusten. Rond 23 uur vraagt Walter aan Serge en mij om uit te kijken naar een plek waar de Zodiacs kunnen aanmeren. Rustig en beheerst, goed om ons heen kijkend naar alle beesten vinden we een plek.

Wij blijven de beesten in de gaten houden, de rest pakt de spullen op en alles wordt op de plek aan het water neergelegd. We zien een zoeklicht in de verte, de Plancius, we horen over de radio dat de Zodiacs te water worden gelaten, maar helaas door de harde wind is er geen zicht en blijkt een zodiac te zijn lek gebeten door een zeeleeuw.

We horen dat we niet vanavond worden opgepikt, maar de volgende ochtend om 5 uur. De spullen laten we liggen op het strand en pakken alleen het hoogstnoodzakelijke. (tent en slaapzak) Midden in de nacht komt het tij op en blijken een aantal spullen weg te drijven, deze worden weer op het droge gelegd. Een zeeleeuw heeft ons zo hard zien werken dat hij voor de bescherming van onze spullen er maar bovenop is gaan liggen. Dat werd natuurlijk door ons gewaardeerd, maar de zeeleeuw wilde er niet meer vanaf. Met enig overtuigingskracht hebben we toch onze spullen terug kunnen krijgen.

Om 5 uur zagen we de eerste zodiacs op ons af komen, snel de tenten afgebroken en de spullen in de boot gelegd. We zijn als laatste ook op de zodiac gestapt, de stinkende, boerende en ruftende zeeleeuwen achterlatend. Na een onstuimige vaartocht, kwamen we aan op de Plancius, inmiddels net voor 7 uur, precies op tijd voor een snelle douche en vervolgens een heerlijk ontbijt. Tijdens het ontbijt kregen we ook te horen dat het team waarin Peter zit verder is gegaan en dat het daar goed verloopt, maar wel dat ze veel tijd hebben verloren met het lopen over de gletsjer. Ze hebben het zwaar.

’s Avonds belt het team van Peter met het schip en ze geven aan dat ze het einddoel hebben bereikt, maar dat alle spullen nog boven staan. Het was te lastig om alles mee naar beneden te nemen. Walter wil alle spullen van het eiland meenemen, hiervoor is een persoon uit onze groep nodig om te helpen met het dragen van alle spullen. Serge gaat mee, ’s morgens vroeg halen ze de groep van Peter en alle spullen op en rond 11 uur is alles en iedereen op het schip.

We zijn compleet, maar de Shackletonroute is nog niet volledig. Er rest ons allemaal nog een trip. Na de lunch gaan we wederom aan land om met z’n allen de rest van de route te lopen. Het laatste stukje is lekker ontspannen, iedereen deelt met elkaar zijn ervaringen en momenten. Gaaf, iedereen heeft deze route op zijn eigen manier beleeft.

Ondertussen horen we van Walter nog een compliment, hij vond dit een van de zwaarste omstandigheden met zo’n grote groep in zijn 25 jaar als gids. Toch heeft hij enorm genoten van ons Team, wij waren met z’n allen een groot team. Dit alles was niet gelukt als we geen team waren geweest.

Dan horen we hier dat we weer in de Telegraaf staan met een artikel, ‘droom Expeditie experis valt in duigen’, wij verbazen ons over deze kop. Is onze droom een nachtmerrie geworden? Natuurlijk hebben wij niet met z’n allen de hele route gevolgd, maar volgens mij is onze reis te vergelijken met Shackleton. Ook wij hebben te maken gehad met extreme situaties waar we elke keer weer een beslissing moesten nemen om verder te komen. Het doel is niet 100% gehaald, maar we zijn allemaal voor veiligheid gegaan, wat Shackleton ook voor ogen had.
Achteraf kan ik alleen maar zeggen dat ik trots ben dat ik deel was van dit team. Het was zo nu en dan best zwaar, maar omdat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid pakte was de tocht niet te zwaar.

We did (it) the Shackleton way!

Marc Kraijenhaide

Geen opmerkingen:

Een reactie posten